Na een jaar, of toch op z’n minst drie maanden, van hard werken, prestaties neerzetten en alles uit onszelf halen, zijn we hard toe aan vakantie. En na de vakantie vertellen we elkaar verhalen over hoe goed het was, dat we helemaal uitgerust zijn en er weer tegenaan kunnen. En, tegenwoordig bijna onvermijdelijk: welke mooie herinneringen we gemaakt hebben.
Forugh Karimi fileert in haar recente column in de Volkskrant haarscherp onze vakantiedruk: “We moesten uitrusten, zoveel mogelijk beleven en het liefst terugkomen met verhalen, ervaringen en foto’s. En natuurlijk vol nieuwe energie, klaar om weer aan het werk te gaan. Zelfs uitrusten werd zo een prestatie.”
Productief zijn
En ook in de vakantie moeten we productief zijn. Er moeten herinneringen 𝘨𝘦𝘮𝘢𝘢𝘬𝘵 worden. Het is kennelijk een onverdraaglijke gedachte dat we geen grip hebben op wat we ons later zullen herinneren van de topervaringen van nu. En dus doen we net alsof we herinneringen kunnen produceren. En leggen we onszelf en elkaar druk op: hebben we wel genoeg gedaan en beleefd waar herinneringen van gemaakt kunnen worden?

Een fotozaak adverteerde al begin jaren vijftig met ‘herinneringen maken’, maar pas de laatste jaren neemt die uitdrukking een hoge vlucht.
We maken tegenwoordig niet alleen herinneringen maar ook beslissingen. Je kunt ‘een beslissing maken’ natuurlijk beschouwen als niet meer dan een lelijk anglicisme, maar volgens mij zit er meer achter. Ons taalgebruik weerspiegelt de illusie van de maakbaarheid waarin we leven.
Een Tibetaans verhaal vertelt over een jongen die in de leer wil bij een vermaarde yogi. Hij probeert bij hem in de gunst te komen met mooie kleren en door zijn rijkdom, belezenheid en goede daden te etaleren. Maar de yogi toont geen enkele interesse. Als we de yogi zien als belichaming van een werkelijk zinvol leven, dan vertelt het verhaal dat dat we daar niet in de buurt komen met alles wat we presteren en maken.
Als dat besef nu eens de vrucht van onze vakantie was… Maar of we ons die volgend jaar nog herinneren?
