Onlangs stuitte ik op de sprookjes van Oscar Wilde. Er zitten verhalen tussen die niet alleen de mensen van zijn tijd maar ook ons een spiegel voorhouden. Zo laat De jonge koning weinig heel van het kapitalistische sprookje waarin ook in deze tijden van ecologische crisis nog veel te veel mensen geloven.


De jonge koning uit de titel heeft in de nacht voor zijn kroning drie dromen die hem de achterkant laten zien van het prachtige gewaad, de kroon en de scepter die hij zal dragen. Arme, afgebeulde wevers, tot slaaf gemaakte parelduikers, mensen die bezwijken aan ziektes bij het opgraven van de robijnen voor zijn kroon.

 

Weefgetouw van de smart

Als hij wakker wordt, besluit hij zijn gewaad, kroon en scepter niet te dragen. “Want op het weefgetouw van de smart en door de witte handen van de Pijn is mijn gewaad geweven. Er schuilt bloed in het hart van de robijn en de dood in het hart van de parel.”
Gehuld in een leren tuniek en een grove mantel van schapenvel laat de koning zich kronen, een houten herdersstaf in zijn hand. Het volk mort: “Weet gij niet dat uit de weelde van de rijken het leven van de armen voortkomt?” Een mooie samenvatting van het sprookje van het kapitalisme.
Het sprookje vertelt niet hoe de jonge koning zijn volk heeft meegenomen in een ander verhaal, waarin mensen weigeren rijk te zijn dankzij het lijden en de armoede van anderen. Ruim honderd jaar na het verschijnen van dit sprookje wordt het toch hoog tijd voor een vervolg. Een nieuw verhaal waarin (jonge) leiders van nu voorgaan.

Oscar Wilde sprookje kapitalisme